Uit: R E I S  T IJ D
Vijftig beeldverhalen - Een reisboek voor thuisblijvers

 

Het verdwenen plein - of hoe Tilburgs stadshart werd verkwanseld.

Tilburg heeft wel veel (driehoekige) pleinen, maar geen centrumplein als hart van de stad.
Het enige plein dat daarvoor in aanmerking kwam, is verkwanseld en bestaat nu uit twee driehoekige tochtgaten.

Een Tilburgs sprookje zonder happy end

-----------------------------------------------

Lieve jongens en meisjes, luister maar eens goed naar wat ik ga vertellen.
Er was eens een stad en die stad die lag in het zuiden van ons land.
Laten we de stad voor het gemak Tilburg noemen.

Veel mensen vonden Tilburg niet zo mooi. Vroeger stonden er veel fabrieken, die waren natuurlijk al niet zo mooi, maar toen die werden afgebroken, kwamen er op die plaatsen lelijke huizen te staan. Veel beter werd het dus niet.
Toch vonden de inwoners hun eigen stad "de schòònste van 't láánd".

Een stad van driehoeken

Maar Tilburg had wel iets bijzonders; iets dat geen enkele
andere stad heeft: een driehoekig stratenpatroon en driehoekige pleinen. Overal in de stad zag je driehoekige kruisingen, driehoekige pleinen en driehoekige plantsoenen. Het gevolg daarvan was dat mensen van buiten er heel snel de richting kwijt raakten: geen hoek was er recht, wat een ellende.

Hoe kwam dat nu, al die driehoeken in de stad?
Dat kwam doordat Tilburg eigenlijk niet, zoals de meeste
steden, vanuit één punt, bijvoorbeeld de kerk en het kerksplein, is begonnen en van daaruit van klein naar groot is gegroeid. Nee, Tilburg is eigenlijk een verzameling van kleine dorpjes die aan elkaar zijn geplakt.

En die dorpjes zijn op hun beurt weer ontstaan in de tijd dat de herders met hun schaapskuddes over de heide- en zand-velden van die omgeving rondtrokken, honderden jaren
geleden toen er nog helemaal geen stad was.

Die herders gebruikten vaste paden, die kriskras door het landschap liepen. Op sommige plekken kruisten die paden elkaar. En dat waren natuurlijk geen keurige rechte kruispunten, maar schuine, driehoekige.

Op zo'n plek was vaak een watertje waar de schapen konden drinken en de herder kon overnachten. Zo'n plek heette een 'herdgang', het pad van de herder.
Die herdgangen werden in de loop van de jaren punten van bedrijvigheid, met winkeltjes, woningen en natuurlijk een kerk. Elk met een eigen naam: Korvel, Goirke, Besterd, Heuvel.

Stad van schapen en stoffen

Die dorpjes groeiden langzaam aan elkaar en na verloop van tijd woonden er zoveel mensen in dat gebied dat je het een stad kon noemen. Toen ging het Tilburg heten, naar een
kasteel dat daar in de buurt stond. Het maken van stoffen, vooral van wol van de schapen die daar met die herders
liepen, maakte van Tilburg in de negentiende eeuw een
belangrijke industriestad.

Stad zonder centrum

Dus onze stad Tilburg is een aaneengroeisel van al die herdgangen, allemaal dorpskernen, die bij elkaar een stad gingen vormen. En dat vind je in de hele wereld niet.
Maar toen Tilburg eenmaal een grote stad was geworden, bleek dat er wel heel veel kleine kernen waren, maar niet één plek als centrum. Dat was een gemis. Als bijvoorbeeld reizigers die uit het station kwamen naar 'het centrum' vroegen, stonden de Tilburgers met de mond vol tanden en het schaamrood op de kaken. Er was namelijk geen centrum.

Wat zou het nu mooi zijn als er in die hele stad ergens een plek te vinden was waar je een centrum kon maken. Een mooi plein bijvoorbeeld. Een plein waar je kon zitten onder de bomen, of waar je een grote bijeenkomst kon houden.

Want als je nu een bijeenkomst of een muziekevenement in de stad wilde houden, moesten de hoofdstraten in de stad worden stilgelegd omdat daar de muziektenten en toeschouwers moesten staan.

Maar er was geen mooi plein, er waren alleen maar driehoekige pleinen. En driehoekige pleinen zijn geen pleinen, het zijn zoals jullie weten, tochtgaten.

Een plein als huiskamer van de stad

Want natuurlijk weten jullie ook, als je wel eens in het buitenland bent geweest: een mooi plein is rechthoekig. Het is de huiskamer van de stad waar de bewoners 's avonds en op feestdagen bij elkaar komen en zich thuisvoelen. Daarom zijn mooie pleinen ook wereldberoemd: het Plaza Mayor in Madrid, het Place des Vosges in Parijs en natuurlijk het mooiste plein van de wereld, het Piazza San Marco in Venetië. Allemaal schitterende, rechthoekige 'huiskamers van de stad'.

Maar nee, zo'n mooi plein had Tilburg niet; het had alleen driehoekige tochtgaten.

Op één plein na.

Er bevond zich - midden in de stad nota bene - één plein, een beetje vergeten, maar wel groot en vooral: rechthoekig.
Van dat plein zou nu zo'n mooi stadshart, de huiskamer van de stad Tilburg, gemaakt kunnen worden. Wat een geluk.

Andere steden in Nederland, Maastricht, Utrecht en Leiden
bijvoorbeeld, hadden van soortgelijke 'vergeten' pleinen met succes drukbezochte stadshuiskamers weten te maken, met bomen waaronder leuke terrasjes waren en een plek om
bijeenkomsten te houden.

Het Pieter Vreedeplein

Dat plein in Tilburg, het Pieter Vreedeplein, was overgebleven na de sloop van een textielfabriek. Het werd door de Tilburgers gezien als 'de achterkant van de V&D' en was al jarenlang in gebruik als parkeerplaats.
Maar, je zou er iets moois van kunnen maken!

Het plein werd omzoomd door oude gebouwtjes, die konden worden verbouwd tot winkels en woningen. Ook stonden er veel bomen. Dat kwam goed uit: die konden mooi blijven staan bij de terrasjes.
Het plein had de ideale afmetingen: ruim genoeg voor een groot publiek bij evenementen en klein genoeg om je beschut te voelen.
En dat midden in de stad. De ideale plek voor een stadshart.

Op een bepaald moment in de jaren negentig dachten ook de burgemeester en zijn wethouders: ja zeg, dat Pieter Vreede-plein ligt er maar een beetje nutteloos bij, op zo'n mooie - en dure - plek midden in de stad. Daar moeten we iets mee.
Dat plein moeten we gaan 'ontwikkelen'.

En als het woord 'ontwikkelen' valt, beste jongens en meisjes, moet je uitkijken. Dat betekent dat van iets moois - of van iets dat mooi zou kunnen worden - iets heel lelijks gemaakt wordt en waar een paar mensen héél veel geld aan verdienen.

En omdat je in Zuid-Europa zulke mooie pleinen hebt, haalden ze twee architecten uit Spanje; die zouden van dat Pieter Vreedeplein vast óók iets moois kunnen maken.
Maar, voordat ze aan het werk gingen, keken die Spaanse
architecten eerst nog even in Tilburg rond. Daar zagen ze iets dat ze nog nooit hadden gezien: een stad vol driehoekige pleinen. Wat bijzonder, dat is wel heel uniek.
Ja, zo iets dat typisch Tilburgs is, daar moeten we op voortborduren!
De burgemeester en de wethouders lieten zich door de Spaanse architecten bepraten en terwijl de gemeenteraads-leden zaten te slapen, ging het mis.

Driehoekige tochtgaten

En zo geschiedde het, jongens en meisjes, dat toen het stof van de bouwplaats eenmaal was opgetrokken, Tilburg opgezadeld bleek met niet één echt plein, maar twee driehoekige pleintjes omringd door hoogbouw, winkels en kantoren.

Twee driehoeken, samen nog niet een kwart zo groot als het oude Pieter Vreedeplein.

Twee tochtgaten, de overgang naar de Xenos, waar je door de immer aanwezige wind zo snel mogelijk vandaan wilt.

Twee armetierige pleintjes, waar nooit een publieks-manifestatie kan worden gehouden, waar geen enkel terras te vinden is, waar de paar bomen die er staan, in houten bakken worden gehouden.

Waar ook nog eens fietsers en voetgangers ruzie maken om het gebruik van het plein.

Waar je alleen kunt komen via stegen of smalle straatjes. Waar ieder besef van ruimte of grandeur ontbreekt.

Kortom, het Pieter Vreedeplein, of wat er van over is, is geen plein en het is geen stadshart.
En het is al helemáál niet de huiskamer van Tilburg.

Het Pieter Vreedeplein is een stedebouwkundige en
architectonische miskleun.
Het Pieter Vreedplein is een schandaal.

En wat nog het ergste is: Tilburg krijgt nooit meer een centrum.
Het kan verkeren.
---------------------------------------------

 

 

 

 

 

 

... stad vol driehoekige pleinen ...

 

 

 

Een van de herdgangen: Hasselt

 

De herdgangen worden pleinen ...

 

 

 

 

 

 

 

Mooie pleinen zijn rechthoekige huiskamers van de stad.

 

 

 

... de achterkant van V&D ...

 

 

... van de achterkant van V&D naar de oversteek naar de Xenos ...

 

... twee driehoekige tochtgaten ter grootte van eenderde van het oude plein ...

... nauwe doorgangetjes naar de rest van de stad ...

 


Dit is een van de vijftig verhalen uit het boek REIS TIJD is een reisboek voor thuisblijvers: in deze tijd meer nodig dan ooit.

Rob Berkel neemt u in vijftig beeldverhalen mee
langs evenzovele plekken op de wereld, bekend en onbekend.

Naar o.a. België, Frankrijk, Italië, Spanje, Zweden, Griekenland,
Tunesië, Egypte, Japan en Indonesië.

Verhalen over kunst, wetenschap, cultuurhistorie en geschiedenis.

168 grootformaat pagina's: een pil vol reis- en leesplezier!
REIS TIJD is combinatie van fotoboek, reisboek en encyclopédie.

Vijftig beeldverhalen in de vorm van:
anecdotes (bij het Observatorium van Robert Morris in Flevoland)
- ooggetuigeverslagen (de steenhouwer van een Egyptische obelisk)
- briefwisselingen (van de bouwer van de eerste onderzeeër ter wereld)
- sprookjes (over het verdwenen plein in Tilburg)
- fotoverslagen (de zonsondergang in Siberië)
- mini-essays (over Johannes op Patmos).

Soms zijn het grote verhalen, zoals
over de Mont Ventoux als kantelpunt in de Europese cultuurgeschiedenis of
over de overeenkomst tussen de Luxor-tempel in Egypte en La Grande Arche in Parijs.
Soms zijn het kleine verhalen, zoals een slapende Jozef en Maria in een abdij.

REIS TIJD - vijftig beeldverhalen
168 pagina's met zeer veel illustraties
Kloek formaat: 30 x30 cm
Prijs: 37,50
(excl. bezorg- en handlingkosten)
Vrienden Van Lorenzetti krijgen 5,00 korting

BESTELLEN

VOORBEELDEN

INH
OUDSOPGAVE

MEER BOEKEN

TERUG NAAR HOMEPAGE LORENZETTI